Bij elk bezoek doet je verloskundige of gynaecoloog lichamelijk onderzoek:

  • Groeit je kind voldoende? De verloskundige of gynaecoloog controleert de groei van de baarmoeder via je buik.
  • Vanaf de derde maand luistert je verloskundige of gynaecoloog ook naar de hartslag van je kind.
  • In de laatste maanden van de zwangerschap beoordeelt de verloskundige of gynaecoloog de ligging van je kind. In de laatste weken wordt gecontroleerd of de baby goed indaalt in het bekken.
  • Je bloeddruk wordt gemeten. Een lage bloeddruk tijdens de zwangerschap kan geen kwaad, maar geeft soms klachten. Je kunt bijvoorbeeld duizelig worden als je opstaat. Een te hoge bloeddruk merk je meestal zelf niet, maar maakt extra zorg voor jou en je kind noodzakelijk.

Vaak doet je verloskundige of gynaecoloog een extra echo. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Er is twijfel over de groei en grootte van je kind.
  • Je hebt bloedverlies.
  • De ligging van het kind is via uitwendig onderzoek moeilijk te bepalen.
Laatst herzien op 14 juni 2018