Je bent zwanger. Je kunt laten onderzoeken of het kind in je buik een aandoening heeft. Of een lichamelijke afwijking. We noemen dit prenatale screening.

Er zijn twee soorten screening:

  1. Onderzoek naar downsyndroom, edwardsyndroom en patausyndroom;de NIPT of de combinatietest.
  2. Onderzoek naar lichamelijke afwijkingen: de 20 weken echo.

Je bepaalt zelf of je deze onderzoeken wil laten doen.

De screening op down-, edwards- en patausyndroom

Je kunt laten onderzoeken (screenen) of je mogelijk zwanger bent van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Dit onderzoek is al vroeg in de zwangerschap.

De 20 wekenecho

Bij de 20 wekenecho kun je laten onderzoeken (screenen) of de baby mogelijk lichamelijke afwijkingen heeft. de organen van de baby. De echoscopist controleert ook of het kind goed groeit en of er voldoende vruchtwater is.

Uitgebreid gesprek

Je verloskundige of gynaecoloog vraagt bij het eerste bezoek of je meer wilt weten over de screening op down-, edwards- en patausyndroom en de 20 wekenecho. Zo ja, dan volgt een uitgebreid gesprek. Na dit gesprek beslis je zelf of je onderzoek wilt.

Als er iets gevonden is

Als uit het onderzoek blijkt dat je baby een ernstige aandoening heeft, kun je voor ingrijpende keuzes komen te staan. De verloskundige of gynaecoloog bespreekt de verschillende mogelijkheden met je. Je kunt natuurlijk ook te rade gaan bij andere mensen, zoals je huisarts, de medisch maatschappelijk werker in het ziekenhuis, je pastor of predikant.

Meer informatie

Op www.pns.nl/prenatale-screeningen vind je meer informatie over de screening op down-, edwards- en patausyndroom en de 20 wekenecho. Je vindt er ook een vragenlijst die je kan helpen om je eigen gevoelens en gedachten op een rij te zetten.

Je krijgt van de verloskundige of gynaecoloog ook een folder over deze onderzoeken. Deze folders kun je ook hier vinden:

Laatst herzien op 15 januari 2021